Reisverslag Joost van der Kruijssen
![]() |
Reisverslag door Joost van der Kruijssen |
|
Hij heette Hjalmar volgens het boekje van het reisbureau, maar
toen we zijn naam gevonden hadden op zijn deur, bleek hij niet thuis. We hadden
al wel iemand gezien en hij ons ook. Nog voor we aangebeld hadden, zagen we
iemand omhoog springen uit zijn tuinstoel. Het duurde nog knap lang voor de deur
werd geopend. Er moest nog wat kleding bij, dachten we. |
|
|
We hadden gevraagd om een hut met uitzicht op een fjord. Dat leek ons wel wat voor onze eerste vakantie in Noorwegen. De foto bewijst dat we niet teleurgesteld werden. Ik weet niet meer precies wat we die zaterdagavond verder gedaan hebben en ook niet meer hoe we de zondag hebben doorgebracht. Het was die dagen prachtig weer. Alleen tegen de avond viel er een bui, met onweer, zowel zaterdags als zondags. Maar heel plaatselijk. En gelukkig aan de andere kant van het fjord, zaterdagavond links, alleen maar op die ene berg, en zondagavond hing de bui meer naar rechts, boven die andere berg aan de overkant. Allebei de keren met een ongekend prachtige regenboog. |
|
| Rond tienen maandagochtend – voor ons vakantiegevoel aan de vroege kant – stond Hjalmar op de stoep van zijn hut, maar voor een week onze hut. Om kennis te maken en ook om wat tips te geven. We moesten zeker een wandeling maken naar boven, naar de top van de berg – misschien eerder een heuvel - , makkelijk bereikbaar vanuit onze kvernehytta. Een klein stukje met de auto naar die boerderij daar, scheelde toch al gauw drie kwartier klimmen, en dan verder naar boven lopen, want de weg hield daar echt op. | |
| Prachtige wandeling, ruig
terrein, een nog mooier uitzicht over het fjord, soms horizontaal, dan weer
klimmen, dus goed te doen. Ineens twee heldere bergmeertjes. Ideaal om te
zwemmen. Niet koud, niemand in de buurt. Dat was ook de ideale plek om de
meegebrachte lunch te gebruiken. Aan de overkant van het fjord hingen wat
donkere wolken en het rommelde ook wat, maar dat hadden we al twee avonden
meegemaakt: dat was aan de overkant. Toch maar terug. En welke richting is nu het kortst naar onze hytta. Want we waren toch wel een redelijk eind weggewandeld en weggeklommen, want als je denkt dat je boven bent, dan is daar iets verder een nog iets hogere plek, misschien wel de top, met een nog mooier uitzicht. Voor ons plattelandbewoners iets bijzonders. Maar dit keer was de bui niet aan de overkant. En we waren net pas begonnen aan de terugweg en we wisten dus niet precies welke kant uit. Dezelfde weg terug gaat ook niet, want elke helling ziet er precies hetzelfde uit als de helling er naast. De regen stopte toen we twee uur later naast de auto stonden. En er was niets meer droog. Maar zo kun je niet de auto in, want dan heb je maanden last van een flinke onweersbui. We hebben zoveel mogelijk uitgedaan. Het was erg stil daarboven en ook de boerderij waarnaast we geparkeerd stonden, leek uitgestorven. Vier hele natte, bijna naakte Nederlanders met de auto terug naar hun hut. Door al het vocht besloegen de ruiten zodat we geen inkijk hadden. Tien minuten later op het balkon met dat mooie uitzicht, was het weer prachtig, zoals het prachtig was in die drie weken dat we in Noorwegen op vakantie waren. |
|




