Kvitøya

Kvitøya

Kvitøya is het meest oostelijke eiland van de Spitsbergen archipel. Het eiland is vrijwel geheel bedekt met ijs. De ijskap Kvitøyjøkulen houdt de zaak in zijn greep. Het hoogste punt van de ijskap is 410 m. Alleen in het uiterste westen, bij Andréeneset, is een klein strookje land ijsvrij. De exacte omtrek van het eiland bleef lang onbekend. Pas door satellietopnamen kon men de morfologie van eiland precies vaststellen. 

Het Witte Eiland werd voor het eerst gezien door de Nederlandse schipper Cornelis Giles in 1707. Hij noemde het eiland naar zich zelf: Commandeur Giles Land. Het zou meer dan anderhalve eeuw duren voor de volgende zeeman het eiland in zicht kreeg, een zeehondenjager uit Tromsø in 1876. De Zweedse ballonvaarder Andrée en zijn reisgenoten arriveerden in 1897 na een zware tocht te voet over het ijs op Kvitøya. Hun ballon was tijdens de vlucht naar de Noordpool elders neergestort. Zij stierven op Kvitøya. Hun kamp werd ruim dertig jaar later gevonden door de Noorse Frans Jozef Land-expeditie onder leiding van G. Horn (1930). Ze vonden de lijken, dagboekaantekeningen en fotorolletjes. De plek waar men de ballonvaarders vond heet Andréeneset. De Noorse Jager en robbenvanger Waldemar Hilbert Kræmer verkende het eiland in 1925. In het voorbijgaan schreef hij de noordpunt van Kvitøya op zijn naam: Kræmerpynten.

Spitsbergen Gletsjers, Kvitøya 10 dagen per ms Plancius

Tijdens deze 10-daagse Spitsbergen Gletsjers reis vaart u per ms Plancius. Afhankelijk van het drijfijs wordt er bepaald of er door de Hinlopenstraat kan worden gevaren, rond Spitsbergen, of als deze nog dichtgevroren is wordt er langs de oostkust van Nordaustlandet gevaren, langs de 190 km lange gletsjer. Zodra we de haven van Longyearbyen uitvaren wordt het schip omsingeld door verschillende soorten zeevogels en gaan we op zoek naar walvissen. De zoektocht naar walrussen, zeehonden en ijsberen gaat 24 uur per dag door.